Zit iedereen klaar?
Vandaag het eerste deel
van de winterbreirol!
Het maakt niet uit welk garen je hebt,
dik of dun, als je maar breinaalden
gebruikt die passen bij de dikte van het garen.
Een proeflapje breien is aan te raden.
...*Ü*....
Ook niet verkeerd om eerst
dit hele blogbericht door te lezen.
Maak voor jezelf wat aantekeningen
als dat nodig is.
Begin met het opzetten van 53 steken.
Ik gebruik hiervoor een naald
die net één of twee maten dikker is.
Het breien van de eerste naald gaat
daarna net wat gemakkelijker.
Van deze 53 steken zijn de eerste vier
en de laatste vier steken kantsteken.
Het patroon brei je over 45 steken.
(4 - 45 - 4)
Deze vier kantsteken,
aan beide kanten, brei je elke naald recht.
Deze kantsteken staan niet
op het patroon vermeld!
Vind je het lastig om dit te onthouden
dan kun je markers gebruiken.
Je plaatst dan een marker ná de eerste vier steken
en vóór de laatste vier steken.
Je hebt nu dus 53 steken opgezet.
Dit is het patroontje dat we gaan breien.
Dat moet voor iedereen goed te doen zijn.
Je begint met 4 naalden recht te breien.
De eerste steek van elke naald brei je niet.
Je steekt bij de eerste steek in alsof je recht gaat breien.
Maar neemt de steek zonder te breien
over op de andere naald.
Als je 4 naalden recht hebt gebreid,
zie je dat er twee "ribbels" bij zijn gekomen.
Je had ook al een "ribbel" van het opzetten.
In totaal heb je nu dus 3 ribbels!
Als je goed kijkt zie je het hier.
De eerste ribbel is van het opzetten
en de volgende 2 ribbels heb je gekregen
door 4 naalden recht te breien.
En nu het breischema.
Het ziet er misschien indrukwekkend uit,
maar hieronder heb ik geprobeerd
alles zo goed mogelijk
voor je op papier te zetten.
Even diep ademhalen
en dan gaan we het samen proberen!
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
29
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
27
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
25
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
23
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
21
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
19
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
17
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
15
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
13
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
11
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
9
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
7
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
5
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
3
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
I
|
I
|
I
|
I
|
I
|
1
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
R
|
Die 4 naalden recht (= 2 ribbels) zie je terug
in de onderste twee rijen van het schema hierboven.
Ze zijn aangegeven met een R.
Je gaat nu verder met het breien volgens dit schema.
Je ziet twee symbolen:
de I en de - .
I = recht op de goede kant van je breiwerk
averecht op de verkeerde kant van je breiwerk
- = averecht op de goede kant van je breiwerk
recht op de verkeerde kant van je breiwerk
De ervaren breisters zullen aan de foto van mijn breirol
en bovenstaand schema genoeg hebben.
Voor de minder ervaren breisters
heb ik het wat meer in kleine stapjes opgeschreven.
Mocht je er toch niet uitkomen
schroom dan niet om hulp te vragen.

Je leest het patroon van rechts naar links.
Met rij 1 begin je natuurlijk
met de 4 kantsteken die je recht breit,
deze steken staan niet op de tekening.
Vervolgens brei je 5 steken recht,
en 5 steken averecht.
Deze steken staan tussen dikke lijnen.
Deze 10 steken herhaal je
nog 3 keer.
Als je 40 steken hebt gebreid
brei je de laatste 5 steken van het schema recht.
Er blijven nog 4 steken over,
dit zijn de laatste kantsteken,
die brei je ook recht.
Nu draai je je breiwerk om.
De teruggaande naalden staan bij dit patroon
niet in het schema.
Maar je zou het moeten kunnen breien
met de uitleg bij de symbolen.
Voor de zekerheid
zal ik het hieronder beschrijven.
De teruggaande naald brei je de steken
zoals ze zich voor doen.
Je begint dus met de 4 kantsteken recht te breien.
Nu brei je, om en om, 5 steken averecht en 5 steken recht.
Je eindigt met 5 steken averecht.
De laatste 4 steken zijn weer kantsteken
en deze brei je ook recht.
Je gaat verder met rij 3 van het schema.
Deze is hetzelfde als rij 1.
Rij 4 is hetzelfde als beschreven
bij de teruggaande naald.
Rij 5 ook weer als rij 1.
Rij 6 hetzelfde als de teruggaande naald.
HOERA!
Het eerste blokje is af.
De volgende rij blokjes krijg je door boven
een recht blokje nu een averecht blokje
te breien en boven een averecht blokje
een recht blokje.
Denk eraan de 4 kantsteken recht te breien!
Ze staan niet op het patroon aangegeven.
Bij rij 7 verspringen de blokjes.
Je begint nu met 5 steken averecht
en 5 steken recht.
Deze 10 steken herhaal je nog 3x.
De laatste 5 steken brei je averecht.
Aan de achterkant van je werk
brei je de steken zoals ze zich voordoen.
Als je rij 11 hebt gebreid en ook
de teruggaande naald is er
weer een blokje af.
Ga verder met breien
volgens het schema.
De rijen 13 t/m 24 zijn hetzelfde
als wat hierboven met woorden
is beschreven.
Nu nog de rijen 25 t/m 30 breien.
Die zijn hetzelfde
als de rijen 1 t/m 6.
Je mag jezelf een schouderklopje geven
als je hier bent gekomen!
Het is je gelukt het eerste patroon van deze
breirol te breien.
Brei nog 4 naalden recht,
= 2 ribbels
en je bent klaar om morgen verder te gaan
met deel 2 van de breirol.
XXX