Denk er aan de eerste en laatste 3 steken altijd recht te breien. Deze staan niet op onderstaand schema weergegeven.
I = 1 steek recht breien
/ = 2 steken recht samenbreien
O = 1 omslag
\ = 2 steken recht samenbreien*
∆ = 3 steken recht samenbreien
* zie opmerking bij deel 1 over deze steek.
Alle teruggaande naalden averechts breien, tenzij anders aangegeven.
De tekens in het kader 3 keer breien. De naalden 1 t/m 12 1x breien.
Voor het tussenstuk 4 naalden recht breien (=2 ribbels). Gevolgd door 1 naald recht en 1 naald averecht. Er hoeven voor het volgende patroon geen steken gemeerderd of geminderd te worden.
Alleen voor de sjaal:
De tekens in het kader 6 keer breien. De naalden 1 t/m 12 2 x breien.
Voor het tussenpatroon heb je 86 steken nodig. In de laatste naald van het tussenpatroon worden 2 steken geminderd. Na het breien van het tussenpatroon staan er 84 steken op de naald.
















